In een eerder nieuwsbericht schreven we al over de nieuwe opzet van de subsidieregeling SDE. De SDE++, die vanaf dit najaar de SDE+ vervangt, is gericht op de energietransitie en CO2-reductie en niet meer alleen op energieproductie. In dit artikel gaan we wat dieper in op de veranderingen en praktische punten die bij een subsidieaanvraag via de nieuwe regeling komen kijken.

SDE++ focust op CO2-reductie

Zoals in het vorige artikel al beschreven, vindt de rangschikking van de SDE++ plaats op basis van de vermeden CO2-uitstoot per euro subsidie. Kort samengevat heeft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) met input vanuit de markt een berekening gemaakt van de onrendabele top en hoeveel CO2 er vermeden wordt met elke techniek. De uitkomst van deze berekeningen is een subsidiebedrag per vermeden ton CO2.

Hoeveel bedraagt de subsidie voor verschillende technieken?

Ter beeldvorming hebben we hieronder voorbeelden van technieken en de daarbij behorende bedragen op een rij gezet.

Techniek Subsidie-intensiteit (€/tCO2) Basisbedrag (€/kWh*) *tenzij anders vermeld
Wind op land ≥ 7,5 en < 8 m/s 11 0,045
Ketel op vaste of vloeibare biomassa
0,5 – 5 MWth
75 0,050
CCS – Nieuwe CO2-afvang 76 106,135 / tCO2
Monomestvergisting > 400 kW, gecombineerde opwekking 86 0,074
Zon-PV > 1 MWp, gebouwgebonden 90 0,074
Zon-PV > 15 kWp en < 1 MWp 93 0,080
Zon-PV >1 MWp, grondgebonden 116 0,069
Monomestvergisting < 400 kW, hernieuwbaar gas 190 0,088
Grootschalige elektrische boilers 212 0,072
Waterstofproductie uit elektrolyse 300 4,037 / kg H2

 

Wat betekent de subsidie-intensiteit, het basisbedrag en fasebedrag?

Zoals te zien in bovenstaande tabel, loopt de subsidie-intensiteit tussen de verschillende technieken flink uiteen. Daarnaast is het ook duidelijk dat de hoogte van de basisbedragen volledig losstaat van de hoogte van de subsidie-intensiteit. Uiteindelijk gaat het de aanvrager van de SDE++ niet om de subsidie-intensiteit, maar om het subsidiebedrag.

De subsidie-intensiteit van zonnepanelen tussen de 15 kWp en 1 MWp is berekend op € 93 per ton CO2. Om aan dit bedrag te komen is dus een berekening gemaakt om te bepalen hoe groot de onrendabele top is en hoeveel subsidie er nodig is om een acceptabele terugverdientijd te krijgen. Bij een basisbedrag van € 0,08 per kWh denkt het PBL dat de terugverdientijd acceptabel is voor de aanvrager. Bij dit bedrag wordt er voor elke ton vermeden CO2, € 93 subsidie verstrekt. Als je dan naar de fasegrenzen kijkt kan je pas in fase 3 een aanvraag doen voor het volledige basisbedrag.

De fase-indeling is als volgt:

Fase Fasegrenzen €/ton CO2
Fase 1 70
Fase 2 85
Fase 3 180
Fase 4 300

Om de slagingskans van de aanvraag te vergroten, wil je misschien wel een aanvraag doen in fase 2. Hiervoor mag de subsidie-intensiteit maximaal € 85 per vermeden ton CO2-uitstoot zijn. Dit betekent automatisch ook dat het subsidiebedrag lager moet worden.

SDE++ subsidie aanvragen?

Wil je weten in welke fase en onder welke voorwaarden je het beste SDE-subsidie kunt aanvragen? Onze subsidieadviseurs Agrarisch hebben veel ervaring met SDE-aanvragen. Neem vrijblijvend contact op met Marco Laarman, Wilco Ruitenberg of Casper de Graaff. Dat kan via 038 – 853 13 85 of maak gebruik van ons contactformulier.

Ook interessant

Stel jouw subsidievraag aan CasperMijn subsidievraag