
Ook in 2010 is het mogelijk om subsidie aan te vragen in het kader van de subsidieregeling integraal duurzame stallen. Deze subsidie is mogelijk voor zowel melkvee, vleesvee en kalveren, varkens, schapen en geiten, pluimvee, inclusief eenden en kalkoenen en konijnen.
Belangrijkste voorwaarden
Nieuw vanaf 2010 is dat de regeling onderdeel uitmaakt van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, waardoor er aan 2 voorwaarden voldaan moet worden, namelijk;
· |
De voorwaarden van de subsidie zelf |
· |
De voorwaarden van de regeling Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) |
De GLB-regeling is een overkoepelende regeling, waar meerdere subsidies en ook de bedrijfstoeslag onder vallen. Als er niet wordt voldoen aan de GLB-voorwaarden, dan kan dat ook gevolgen hebben voor andere GLB-subsidies die er zijn aangevraagd.
Om in aanmerking te kunnen komen dient er minimaal aan de volgende voorwaarden te worden voldaan:
· |
De investering zorgt ervoor dat de hele stal duurzaam wordt: een combinatie van verblijfsruimte (de stal), voer, koppelgrootte en samenstelling, techniek, verzorging en management voor het houden van dieren. |
· |
De investering gaat voor het welzijn van de dieren verder dan de wettelijke eisen of gangbare norm. |
· |
De nieuwe of aangepaste stal voldoet in ieder geval aan de maatschappelijke randvoorwaarden en wettelijke eisen voor milieu, diergezondheid, arbeidsomstandigheden, landschappelijke inpasbaarheid en economische haalbaarheid. |
· |
De maatregel die wordt genomen, is innovatief. |
· |
De investering is afgerond vóór 1 maart 2011 óf vóór 1 maart 2012. Als de investering wordt uitgevoerd binnen het éérste jaar dan is het subsidiepercentage hoger. |
· |
De investering dient te worden uitgevoerd zoals vermeld in de toewijsbrief. In deze toewijsbrief staat welke onderdelen van de investering in het eerste jaar en welke in het tweede jaar dienen te worden uitgevoerd. Indien hiervan wordt afgeweken dan vervalt de subsidie. |
· |
Er wordt een projectadministratie bijgehouden. |
· |
De openstelling betreft een tenderregeling, hetgeen betekent dat de aanvragen worden gerangschikt en dat de projecten die het best bij het doel van de regeling aansluiten het eerst voor subsidie in aanmerking komen |
Hoeveel subsidie
Voor de openstelling in februari 2010 is er € 11 miljoen beschikbaar. De subsidie bedraagt 50% van de meerkosten als de investering uiterlijk klaar is op 28 februari 2011. Is de investering uiterlijk op 29 februari 2012 afgerond dan bedraagt de subsidie over de investering in het 2e jaar 40%.
De maximale subsidie per aanvraag bedraagt maximaal € 400.000.
Subsidiabele kosten
Er is subsidie mogelijk voor:
· |
de bouw, inrichting of verbetering van integraal duurzame stallen houderijsystemen, en |
· |
het noodzakelijk materieel voor de werking van de integraal duurzame stal of houderijsysteem. Hieronder vallen de installatiekosten, die bestaan uit kosten die de leverancier in rekening brengt voor het bouwen en monteren van het materieel waardoor de functie van de integraal duurzame stal of houderijsysteem volledig kan worden benut. |
De subsidie wordt alleen verstrekt over de meerkosten. De meerkosten zijn het verschil tussen de norminvestering en de duurzame investering.
Hoe worden meerkosten berekend?
De meerkosten kunnen op verschillende manieren worden berekend, namelijk;
1. |
het vergelijken van 2 offertes. In de ene offerte staan de kosten voor de normstal(len). In de andere offerte staan de kosten voor de integraal duurzame stal. Het verschil tussen de kosten in de twee offertes, zijn de meerkosten. |
2. |
De normkosten kunnen worden bepaald door gebruik te maken van de Kwantitatieve Informatie voor de Veehouderij 2009 – 2010 (KWIN). |
3. |
Indien er geen normkosten in de aanvraag worden opgegeven, dan worden deze door Dienst Regelingen vastgesteld. |