Naast de Maatlat Duurzame Veehouderij voor melkvee, pluimvee en varkenshouderij is er nu ook een Maatlat Duurzame Veehouderij gepubliceerd voor vleeskalverstallen.
Binnen deze Maatlat is er onderscheid tussen “vleeskalveren voor de blankvleesproductie en opfok van vleeskalveren voor de rosévleesproductie” en voor “het afmesten van vleeskalveren voor de rosévleesproductie”
Net als bij de andere diercategorieën worden er binnen de vleeskalverhouderij ook eisen gesteld aan ammoniakuitstoot, dierenwelzijn, diergezondheid en energie.
Een vleeskalverstal welke niet emissiearm (met luchtwasser) wordt uitgevoerd kan alleen in aanmerking komen indien er sprake is van kelderluchtbehandeling met luchtwasser of gescheiden afvoer van mest en urine door middel van een V-vormige mestband in het mestkanaal. De eisen voor dierenwelzijn en diergezondheid zullen gemiddeld genomen haalbaar zijn bij een nieuwe stal. Bij de energiemaatlat zal er gewerkt moeten worden met alternatieve energiebronnen (bijvoorbeeld zonne-energie, ketel gestookt met afvalhout of windenergie) om voldoende punten te kunnen behalen.
De Maatlat Duurzame Veehouderij voor de vleeskalverstallen is met terugwerkende per 1 januari 2010 in werking getreden.
Indien er wordt voldaan aan de gestelde eisen kan er een extra milieu-investeringsaftrek mogelijk zijn van maximaal 40% en daarnaast kan de stal in dat geval willekeurig worden afgeschreven tot restwaarde.
Voor vragen kan er contact worden opgenomen met Subvention Ommen:
Jan van den Heuvel of Gerdien Berenpas


